Levenswijs
Levenswijs Maryse

"Ik ben mulat en ben fier om het te zijn."

Maryse is van Congolese afkomst

Het verhaal van Maryse Marchal
Luister naar het unieke verhaal van Maryse

Als je een andere huidskleur of een andere cultuur en afkomst hebt, word je vaak met de vinger gewezen. Je krijgt minder kansen, op school en in de samenleving. Alhoewel onze wetten het verbieden is racisme nog steeds dagelijkse kost. Diegene die hiermee geconfronteerd worden sleuren de gevolgen mee, zowel mentaal, sociaal als economisch. Komt er ooit een maatschappij zonder? 

Ik ben mulat en ben fier om het te zijn. Ik ben de dochter van een zwarte vader en een blanke Vlaamse mama.

Het unieke verhaal van Maryse

Een appartement in hartje Hasselt… Maryse - uitgesproken als Maries - is 64 jaar, gepensioneerd leerkracht. Een dame met een brede glimlach en veel charisma. Ze heeft Afrikaanse gelaatstrekken, kort zwart kroezelhaar en een mooie koffiebruine huidskleur.  “Of ik iets Afrikaans in me heb? Ja, ja. Eerst en vooral mijn looks. Ik kan mijn afkomst natuurlijk niet verhullen. Ik doe dat ook niet. Waarom zou ik? Daarnaast heb ik wat Afrikaanse uitbundigheid en opgewektheid in me.

Ik heb die spontaniteit, die blijheid. Maar ik groeide niet op in Afrika, dus kreeg een Vlaamse opvoeding die sommige dingen afremde. Ik heb ook dat gevoelen voor ritme, dans en sfeer. Mijn broer en ik hebben dat in ons. Ik draag ook graag oorbellen en heel kleurrijke kleedjes. En, zoals alle zwarte vrouwen, houd ik van opvallende kleuren. Dat hoort bij het vreugdevolle leven van ginds”, lacht ze.  

“Ik ben mulat en ben fier om het te zijn”, vertelt ze. “Ik ben de dochter van een zwarte vader en een blanke Vlaamse mama. Ik ben geboren in Congo, opgegroeid in Limburg. Ja, racisme is deel van onze maatschappij. Ik heb zelfs de indruk dat het weer toeneemt”. 

Mysterie

“Ik ben geboren in het vroegere Belgisch Congo waar mijn ouders op dat moment woonden. Ik heb nog een één jaar oudere broer die, zoals ik, mulat is. Daarnaast waren er op dat moment nog vijf andere broers en zussen en die waren allemaal blank. Kinderen van een blanke vader”, vertelt ze. “Mijn biologische vader is Congolees. Hem heb ik nooit gezien, nooit gekend. Het is gissen naar het verhaal van mijn mama en hem. Hun story is nog steeds een mysterie. Ze namen het allebei mee in hun graf. Jammer genoeg, want het heeft toch wel impact gehad op mij, ook op mijn andere broers en zussen.

Mijn mama heeft er nooit over willen praten. We hadden natuurlijk een vermoeden, maar dat is nooit uitgesproken. Als we een en ander probeerden te achterhalen, botsten we steeds op een muur. Op een bepaald moment waren we natuurlijk wel oud genoeg om te weten wat er was gebeurd. Daar moeten we niet flauw over doen.” 

Werk

Het verhaal van Maryse begint met de verhuis van de familie naar Congo.

“Mijn ouders hadden al vier kinderen en mama was in verwachting van het vijfde, een zoon, toen ze vertrokken. Ruzie met de familie was eraan voorafgegaan. Gevolg was dat ze wilden vertrekken. Vraag was: waar naartoe? Het toeval wilde dat mijn jongere oom op dat moment samen met zijn vrouw al in Congo zat. Hij gaf daar les, hij had het goed. ‘Jullie moeten naar hier komen. Je bent heel technisch aangelegd, er is hier werk zat’, had hij tegen mijn vader gezegd. En zo gebeurde, maar enkele jaren later keerden we terug. Toen in Congo de problemen begonnen en de Belgen zich uit de voeten maakten.” 

Wellen

Maryse was twee jaar oud toen ze in België, in Limburg, arriveerde. “We belandden in Wellen niet zo ver van Sint-Truiden, in volle Haspengouw. Vanaf dag één werden we goed ontvangen. We waren dat gezin met die twee bruine kindjes. Ik kan me voorstellen dat dat toch iets moet geweest zijn voor zo’n klein dorp. We spreken over 1958 he, maar neen, nooit iets negatiefs. Hier en daar vroegen ze zich wel af of we misschien geadopteerd waren. Ikzelf maakte daar geen enkel geheim rond: neen, ik was niet geadopteerd.

Binnen ons eigen huisgezin waren er ook nooit problemen rond. Nooit. Vijf kinderen waren blank, twee bruin, so what. We waren twee kinderen die er anders uitzagen. Ik ben -en ook mijn broer- we zijn enorm goed opgenomen door de biologische vader van mijn blanke broers en zussen. Hij was in mijn ogen mijn vader. Hij was een fantastisch man. Ik bewonder hem, echt waar. Nooit heeft hij er wat van gezegd. Ik denk zelfs dat ik, zoals vaak met het jongste kind het geval is, zijn lieveling was, zoals ook mijn broer. We waren binnen onze familie erg geliefd.” 

Zuster Lucienne

Op een bepaald moment kwam ook voor Maryse natuurlijk het besef dat ze anders was dan de andere kinderen, dat ze bruin was tussen heel veel blanke jongens en meisjes. Het is dan dat racisme een eerste keer opdook. “Het gebeurde in het eerste studiejaar. Ik zat toen in de klas bij zuster Lucienne. Op een bepaald moment plaatste ze me vooraan in de klas op de lessenaar naast het missiebusje met het knikkende kopje dat we allemaal goed kennen. Als je er geld in stopte, knikte het dank u. Ze zette me te kijk. Dat was echt niet leuk, heel vernederend zelfs.

Toen had ik zoiets van: wat doet die, wat gebeurt hier? Mijn spontaniteit kennende, mijn openheid kennende, zal ik toen naar huis gehold zijn. Ik zal daar zeker tegen mijn mama over begonnen zijn. Dat verhaal blijft regelmatig terugkomen. Onlangs stond die non ergens op een foto. Toen dacht ik nog: oh neen, daar is ze. Maar ik neem er afstand van. Het is zolang geleden. Er zijn ergere dingen in het leven.” 

Waarom zou ik wonden openrijten of zoeken naar iets wat me verdriet zou kunnen brengen?

Congostroom

Je denkt van Maryse dat ze op een bepaald moment op zoek zou zijn gegaan naar haar roots, maar dat is niet het geval. Veel kinderen van een andere origine dan hun pleegouders reageren zo, maar niet zij. “Het klinkt misschien gek, maar ik heb nooit die behoefte gehad. Mijn broer wel, ikzelf niet. Ik weet daardoor ook niet zoveel over mijn afkomst. Ik was twee jaar toen we terug naar België kwamen, van voordien heb ik geen enkele herinnering. Wat ik weet is dat ik ergens aan de Congostroom ben geboren. Ik heb natuurlijk Congolese familie, maar ik ken ze niet. Ik heb er nooit naar gezocht. Ik denk dan: moest mijn biologische vader de behoefte hebben gehad om mij te zien, dan zou hij dat zeker gedaan hebben. Hij kon ook gezocht hebben, hij kon ook naar de ambassade zijn gestapt om informatie in te winnen. Hij heeft dat nooit gedaan.

Een ander gegeven is dat ik het altijd goed heb gehad in België. Waarom zou ik wonden openrijten of zoeken naar iets wat me verdriet zou kunnen brengen? Misschien is dit egoïstisch van mij, ik weet het niet. Ik had in elk geval nooit de behoefte. Ik ben ook nooit nog in Congo geweest.”

Geen dancingmeisje

Het leven van Maryse veranderde, toen ze ouder werd en wegtrok van onder moeders rok. “Ik had vooral heel veel vriendinnen en ook vrienden. Ik kon altijd goed overweg met mannen, vooral mannen. Vrouwen vond ik wel eens venijnig doen. Veel uitgaan deed ik niet. Ik was geen dancingmeisje. Ik zat wél in de jeugdbeweging, ik maakte tot mijn 18de, 19de zelfs deel uit van de leiding.

De jeugdbeweging was meer mijn ding. Als we in het weekend wilden stappen, gingen we eerder iets eten of drinken, dan dansen. Die ene keer liet ik me overhalen om toch eens naar een discotheek te gaan. Ik ga toch geen problemen krijgen, zei ik toen. De problemen waren er wél, want ik mocht niet binnen. Wat ik toen ondervond, was vriendschap ten voeten uit. Mijn vriendinnen hebben zich omgedraaid en zijn mee weggegaan. Om nooit meer terug te keren. Dat was een prachtig voorbeeld van echte vriendschap.” 

Verkering

Maryse stapte twee keer in het huwelijksbootje. De eerste maal met Luc, later na de scheiding met Jean-Pierre.  “Als ik verkering had met een jongen zorgde dat in een eerste fase nooit voor problemen, maar als het ernstiger werd veranderde dat. Dan werd het moeilijker. Dan kwamen de ouders ertussen. Een vaste relatie met mij zagen ze niet zitten voor hun zoon. Vraag me niet waarom, ik weet het niet, maar het gebeurde wel. Ik heb ooit tranen geweend, maar ik kon de dingen niet veranderen. Een echte, diepe relatie heb ik er nooit voor moeten stoppen.

Mijn eerste echtgenoot Luc leerde ik kennen in Duitsland, hij was KRO (kandidaat-officier), hij was afgestudeerd als huisarts. Ik gaf er les aan kinderen van Belgische militairen. Tussen Luc en mij ging het erg snel, een jaar later trouwden we. Zijn papa en broers ontvingen me met open armen, met zijn mama was het niet van harte. Zij had het liever anders gezien. Toen we de kerk uitkwamen, stond heel Wellen buiten te kijken. Ik vergeet nooit dat ik hoorde zeggen: en nog wel met een blanke. En hij is nog dokter ook. Daar konden ze niet bij.”

De dood van mijn eerste zoon was ook de dood van mijn eerste huwelijk.

Jean-Pierre

De dood van Joos was ook de dood van Maryses eerste huwelijk. “Mijn eerste man en ik verwerkten het overlijden op een verschillende manier. Luc was heel introvert, ikzelf wilde er graag over praten. Om het van me af te zetten. Onze relatie liep erop dood. Het deed ons uit elkaar groeien. Er gebeuren dingen die een huwelijk stoppen. Dan kwam ik Jean-Pierre terug tegen. Ik kende hem uit mijn studietijd, toen ik op kot zat in Diest. Zijn huwelijk was ook niet meer dat. Zo kwamen we bij elkaar. Mijn huidskleur was op geen enkel moment een topic. Ik denk zelfs dat hij mijn bruine huidskleur leuk vond. Hij spoort me soms aan om op zoek te gaan naar mijn roots. Neen, we hebben geen kinderen. Ik heb ooit gedacht van een kind te adopteren, maar het kwam er niet van.”

Floyd George

“Zwarte mensen werden er niet bediend”

Maryse verrast me met te zeggen dat ze als klein meisje schrik had van zwarte piet. “Ik was bang van zwarte mensen, ik was ook bang van hem”, lacht ze. “Die heisa errond en de wil om hem af te schaffen vind ik te gek voor woorden. Dat is niet meer ernstig. Zwarte piet is zwarte piet voor de kindjes. Laat het zo. Ik ben lid van Kiwanis in Zonhoven. Als we elk jaar ons sinterklaasevent organiseren, is de zwarte knecht van de sint er altijd bij. De kinderen vinden hem leuk en ik ook. Ik ben boos om reacties die het anders willen. Ik vind dat sommige mensen daarin overdrijven.

Dingen die in Amerika gebeuren naar zwarte mensen toe, is wat anders. Alle heisa rond de dood van Floyd vond ik wél terecht. Daar is racisme heel erg. Daar ben ik niet mee akkoord. Iedereen is mens, ook zij die van een andere huidskleur zijn. Ik was ooit in Amerika. Mijn oudste broer was er op dat moment consul en we bezochten hem in Washington. Tijdens onze rondreis gingen we op een bepaald moment ergens eten. Wat we niet gezien hadden was dat black people er niet bediend werden. Het stond op de deur. Mijn man werd er bediend, ik moest mijn eten zelf halen.” 

Voedingsleerkracht

Maryse was tot haar pensioen voedingsleerkracht. Ze gaf les in scholen in Maasmechelen en Genk, twee regio’s waar heel veel multi-culturele gezinnen zijn. “De scholen waar ik lesgaf waren een voorbeeld van hoe je dergelijk onderwijs best aanpakt. Ik gaf 40 jaar les. Ik werkte met heel veel verschillende nationaliteiten. In Maasmechelen had je veel leerlingen van Italiaanse, Poolse en Griekse origine, ook Turken. In Genk merkte je veel Marokkanen, Algerijnen en later ook kinderen uit de Balkan. Dat gaf een groot verschil.

Er zijn nationaliteiten die fel uit elkaar liggen. In Maasmechelen overheerste de mentaliteit van de mensen die hier naartoe kwamen om in de mijnen te werken. Die hadden een nauwer contact met elkaar, die woonden ook samen in de zogenaamde cités. Alles wat er achteraf bijkwam, botste onder elkaar. Ook al zijn het moslims. Onderling is het moeilijk. De scholen waar ik lesgaf, werkten daar hard aan. We deden ons best om multicultureel zijn als iets positiefs te doen ervaren. We waren gemeenschapsonderwijs en we ontvingen iedereen met open anderen.” 

Congolese gerechten

Velen onder ons vinden verschillen tussen mensen verrijkend, Maryse is net zo. “Ik reis graag. Ik reis veel. Ben ik elders, dan ga ik niet op zoek naar een Belgisch restaurant, neen, ik wil de andere cultuur proeven en voelen. Ik ga ook nooit naar een all-in hotel. Ik wil tussen de bevolking vertoeven en hun leven ervaren en opsnuiven.

Hier in België hebben we vrienden van allerlei origine. Toen we een feestje gaven, nodigden we mensen uit van allemaal een andere nationaliteit. Iedereen moest zijn eigen muziek, eigen eten meebrengen. Dat was een topfeest. Conclusie was dat we veel kunnen leren van andere culturen. Ook van de Congolese. Afrikanen leven rustiger, hun muziek, kunst en kledij trekt aan.

Waardigheid

“Wie kan nu racistisch zijn tegen een kleutertje?”

Is het realistisch om te denken dat racisme ooit zal uitgeroeid zijn? Neen, zegt Maryse. “Maar laat ons positief zijn, hoewel het ons diep raakt. Niemand heeft gevraagd om hier of daar geboren te worden. Laat iedereen gewoon in zijn waarde. Wie kan nu racistisch zijn tegen een kleutertje? Kinderen onder elkaar zijn dat wel. Maar dat zijn dingen die ze thuis horen. Ik snap niet dat mensen zo haatdragend kunnen zijn. Ik zei altijd tegen mijn leerlingen: Ja, bewaar je eigenheid, je waardigheid. Bewaar je cultuur, toon die, leer die aan. Maar pas je aan in het land waar je terecht komt. Dan komt alles goed, dan gaan deuren open.Het is de enige manier.

Ik zag dat aan mijn broer die heel zijn carrière lang als consul op ambassades werkte. Om de vier jaar moest hij verhuizen en kwam hij in een ander land terecht. Als hij zich niet aanpaste, zou het niet zijn gelukt. Het hoort ook zo. Als ik in Marokko op vakantie ga, moet ik toch ook hun regels respecteren, waarom moeten zij het hier niet doen? Neem zoveel mogelijk je eigenlijk cultuur mee, deel die met de mensen rondom u, maar pas je aan. Het is geven en nemen. ”

Eindbalans

Op dit moment is Maryse 64 jaar. Het leven is wat gevorderd, maar ze kijkt blij terug. Ze is gelukkig, vat ze samen. “Heel gelukkig. Ik was en ben happy brown. (lacht) Ik had een heel mooie jeugd. Ik ben mijn ouders heel dankbaar voor wat ze me gaven.

Ondanks mijn huidskleur kreeg ik eerlijke kansen. Ik ben nooit anders behandeld. Moest ik zwarte ouders hebben gehad, het zou wellicht niet hetzelfde geweest zijn. Ik zou meer in hun cultuur zijn opgegroeid. Veronderstel dat ik in Congo zou hebben geleefd, dan had ik de kansen van nu nooit gekregen. Dan zat ik nu misschien met tien kinderen en vijftig kleinkinderen om me heen. (lacht) Ik zou een andere Maryse zijn.”

Ik was en ben happy brown”.

Beluister alle verhalen op
logo vief
logo vlaanderen